nucleïnezuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nu·cleï·ne·zu·ren, nu·cle·ine·zu·ren

Zelfstandig naamwoord

nucleïnezuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord nucleïnezuur