notitieblok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Notitieboekjes
Uitspraak
Woordafbreking
  • no·ti·tie·blok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord notitieblok notitieblokken
verkleinwoord notitieblokje notitieblokjes

Zelfstandig naamwoord

notitieblok o

  1. een aantekenboekje met afscheurbare blaadjes
    • Hij had zijn waarnemingen keurig in zijn notitieblok genoteerd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be