noten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·ten
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

noten

  1. van notenhout vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

noten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord noot
  2. (eufemisme) de testikels van een man
    • Toen ik vanochtend besefte dat ik erbij was toen je dat vond en ik dat niet wist, kon ik mezelf wel in mijn noten trappen. [1]
    • Inmiddels heb ik de eerste stappen in Star Wars: The Old Republic mogen zetten als Jedi Consular en heb ik als vadsige smokkelaar menig schietend tuig in de noten getrapt. [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
notar

noten

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van notar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van notar

Verwijzingen