notariskantoor
Uiterlijk

- Geluid: notariskantoor (hulp, bestand)
- IPA: / noˈtarɪskɑnˌtor / (5 lettergrepen)
- no·ta·ris·kan·toor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | notariskantoor | notariskantoren |
| verkleinwoord |
het notariskantoor o
- werkvertrek van een notaris; gebouw waar een notaris werkt
1. werkvertrek van een notaris; gebouw waar een notaris werkt
- Het woord notariskantoor staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “Dokter Zjivago” (1957), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028261396 - ↑
Weblink bron “FIOD doet invallen bij notarissen na faillissementsfraude” (14-06-2016), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal