Naar inhoud springen

nota bene

Uit WikiWoordenboek
  • no·ta be·ne
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bijwoord van modaliteit: let op’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1623 [1] [2]

nota bene

  1. let wel
  2. om te kennen te geven dat men iets belachelijk vindt
     En dat nota bene in het bijzijn van zijn eigen vrouw. . .[3]
     Dat blad werd nota bene gewaardeerd door de koning, die wel wilde weten wat er speelde.[4]
     Dan zet hij zijn zinnen op het dorpsmeisje Zerlina, nota bene op haar trouwdag.[4]
     Tot verbijstering van de humanist liet de paus zich als een tweede Caesar in triomftocht binnenhalen, nota bene na zoveel bloedvergieten.[5]