nopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘dwingen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nopen
noopte
genoopt
zwak -t volledig

Werkwoord

nopen

  1. overgankelijk noodzakelijk maken
    • Hij was genoopt die cursus helemaal opnieuw te ontwikkelen. 

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen