Naar inhoud springen

noordpool

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Noordpool
Rechterhandregel, de duim wijst naar de noordpool.
  • noord·pool
enkelvoud meervoud
naamwoord noordpool noordpolen
verkleinwoord noordpooltje noordpooltjes

denoordpoolv/m

  1. (aardrijkskunde) uiteinde van de aardas of de as van het aardmagnetisch veld op het noordelijk halfrond
    • Een kompasnaald wijst met z'n zuidpool naar de magnetische noordpool van de aarde. 
  2. (natuurkunde), (techniek) punt van een magneet waar de veldlijnen naar buiten komen
    • Iedere magneet heeft een zuid- en een noordpool. 
  3. (natuurkunde), (techniek) uiteinde van de as van een omwentelingslichaam, of van een elektrische geleider, dat door het hulpmiddel van de zg. “rechterhandregel” als noordpool wordt aangewezen
    • De magnetische noordpool van de aarde valt niet precies samen met de geografische. 
  • [3] De magnetische noordpool [1] van de aarde is natuurkundig gezien een zuidpool.
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be