noordpool

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Noordpool
Rechterhandregel, de duim wijst naar de noordpool.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noord·pool
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noordpool noordpolen
verkleinwoord noordpooltje noordpooltjes

Zelfstandig naamwoord

noordpool v/m

  1. (aardrijkskunde) het uiteinde van de aardas op 90 graden noorderbreedte
    • Een kompasnaald wijst met z'n zuidpool naar de magnetische noordpool van de aarde. 
  2. (natuurkunde), (techniek) het punt van een magneet waar de veldlijnen naar buiten komen
    • Iedere magneet heeft een zuid- en een noordpool. 
  3. (natuurkunde), (techniek) het uiteinde van de as van een omwentelingslichaam, of van een elektrische geleider, dat door het hulpmiddel van de zg. “rechterhandregel” als noordpool wordt aangewezen
    • De magnetische noordpool van de aarde valt niet precies samen met de geografische. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie