noor
Uiterlijk
- noor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | noor | noren |
| verkleinwoord | noortje | noortjes |
de noor m
- (wintersport) schaats met aangeniete schoen en lange, ongebogen ijzers, heel geschikt bij het hardrijden
- (bouwkunde) keper van het gebint, driehoekig dakvlak
- Het woord noor staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.