noodweer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·weer
Woordherkomst en -opbouw

[A]

Zelfstandig naamwoord

noodweer o

  1. zeer slecht weer
    • Delen van Nederland hadden woensdag te kampen met noodweer. 
Verwante begrippen
Vertalingen

[B]

Zelfstandig naamwoord

noodweer v/m

  1. (juridisch) noodzakelijke verdediging van zichzelf of iemand anders, diens eerbaarheid of bezittingen
Opmerkingen
  • Letterlijke tekst volgens het Nederlands wetboek van strafrecht, art. 41.1 (geldend op 30-8-2005): "de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding".
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie