noodsysteem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·sys·teem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodsysteem noodsystemen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

noodsysteem o

  1. een systeem dat in geval van nood in werking treedt, een systeem dat het werk overneemt als het reguliere systeem uitvalt
    • Opnieuw komt Schiphol niet ongeschonden een meivakantie door. De luchthaven heeft zijn noodsystemen niet op orde; niet voor het eerst.[1] 
    • Terwijl er een test werd uitgevoerd op de noodgeneratoren, is overspanning ontstaan', aldus Dehaene. 'Die heeft zowel de operationele systemen als het noodsysteem onklaar gemaakt.'[2] 
    • Tevens is de auto voorzien van speciale luchtventilatie bij een gasaanval en de Superb heeft een noodsysteem om te ontsnappen, waarover de makers verder niets willen zeggen.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen