noodsignaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·sig·naal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodsignaal noodsignalen
verkleinwoord noodsignaaltje noodsignaaltjes

Zelfstandig naamwoord

noodsignaal o

  1. het signaal dat in nood verzonden wordt.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be