noodsignaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·sig·naal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodsignaal noodsignalen
verkleinwoord noodsignaaltje noodsignaaltjes

Zelfstandig naamwoord

noodsignaal o

  1. het signaal dat in nood verzonden wordt.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie