Naar inhoud springen

noodklok

Uit WikiWoordenboek
  • nood·klok
enkelvoud meervoud
naamwoord noodklok noodklokken
verkleinwoord noodklokje noodklokjes

denoodklokv/m

  1. een alarmklok
  • Wordt vaker in figuurlijke dan in letterlijke zin gebezigd.
  • 'De noodklok luiden.'
alarm slaan over iets
 Tentamenweek of niet, studenten, promovendi en andere medewerkers van de afdeling Aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam voeren vandaag actie. Ze proberen het voorgenomen besluit om hun studie en banen weg te bezuinigen tegen te houden. En niet alleen zij maken zich zorgen: ook het werkveld luidt de noodklok. Een petitie tegen het plan is al meer dan 8000 keer getekend.[3]
100 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[4]
  1. www.nu.nl
  2. www.bnnvara.nl (16 jan 2025)
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Sven Schaap
    “Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be