noodgeval

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·ge·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodgeval noodgevallen
verkleinwoord noodgevalletje noodgevalletjes

Zelfstandig naamwoord

noodgeval o

  1. het voorkomen van uitzonderlijke en rampzalige omstandigheden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.