nonnetje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Nonnetjes
Nonnetje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • non·ne·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord nonnetje nonnetjes

Zelfstandig naamwoord

nonnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord non
  2. dim. tant. (vogels) (Mergellus albellus) is een eend uit de familie Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden), behorende tot de zaagbekken.
    Het nonnetje leeft vooral van vis en bezoekt de Lage Landen 's winters vanuit zijn broedgebieden in het hoge noorden van Scandinavië en Siberië
  3. dim. tant.(tweekleppigen) (Macoma balthica) een in zee levend tweekleppig weekdier.
    De schelpen van het nonnetje zijn op het Noordzeestrand een gewone verschijning.
Vertalingen


Meer informatie