nominaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·mi·naal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nominaal nominaler nominaalst
verbogen nominale nominalere nominaalste
partitief nominaals nominalers -

Bijvoeglijk naamwoord

nominaal

  1. (economie) in geldswaarde uitgedrukt
  2. (taalkunde) naamwoordelijk
  3. de naam betreffend
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl