noemenswaardig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noe·mens·waar·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen noemenswaardig noemenswaardiger noemenswaardigst
verbogen noemenswaardige noemenswaardigere noemenswaardigste
partitief noemenswaardigs noemenswaardigers -

Bijvoeglijk naamwoord

noemenswaardig

  1. van belang, belangrijk, het noemen waard
    • Hoewel de belastingen niet noemenswaardig werden verhoogd, klaagden de rijkaards steen en been. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.