noem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noem

Werkwoord

vervoeging van
noemen

noem

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noemen
    • Ik noem. 
  2. gebiedende wijs van noemen
    • Noem! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noemen
    • Noem je? 


Afrikaans

Uitspraak
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
noem
noem
volledig

Werkwoord

noem

  1. noemen