Naar inhoud springen

nocovala

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /nɔtsɔvala/
  • no·co·va·la

nocovala

  1. vrouwelijk derde persoon enkelvoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord nocovat
  2. onzijdig derde persoon meervoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord nocovat
  3. vrouwelijk enkelvoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord nocovat
  4. onzijdig meervoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord nocovat