nocebo
Uiterlijk
- no·ce·bo
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nocebo | nocebo's |
| verkleinwoord | nocebootje | nocebootjes |
nocebo
- niet-pathogene stof of werking die dankzij inbeelding van de patiënt een nadelig gezondheidseffect teweegbrengt zoals het lezen van de bijwerkingen van een bijsluiter
- Het woord 'nocebo' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.