nisje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nis·je

Zelfstandig naamwoord

nisje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord nis
En nisje.
Een nis.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • nis·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse woord niche, dat van het Italiaanse woord nicchia (= schelp, nis) komt, dat weer van het Latijnse woord mytilus (= mossel) komt.
Naar frequentie 42536
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nisje     nisjen     nisjer     nisjene  
genitief   nisjes     nisjens     nisjers     nisjenes  

Zelfstandig naamwoord

nisje m

  1. (bouwkunde) nis
    «En nisje kan forklares med en fordypning i en vegg eller mur.»
    Een nis kan worden verklaard door een uitholling in een muur of wand.
  2. (biologie) niche
    «Marint oljevern er ei viktig nisje i oljebransjen.»
    De vervuiling van de zee met olie is een belangrijke niche in de olie-industrie.
  3. (economie) nichemarkt
    «Selskapet er kanskje ukjent for de fleste, men gjør det godt i sin nisje som produsent av fargestoffer.»
    Het bedrijf is misschien onbekend bij de meeste, maar doet het goed in zijn niche als producent van kleurstoffen.
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: økologisk nisje
een (ecologische) niche


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • nis·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse woord niche, dat van het Italiaanse woord nicchia (= schelp, nis) komt, dat weer van het Latijnse woord mytilus (= mossel) komt.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nisje     nisjen     nisjar     nisjane  

Zelfstandig naamwoord

nisje m

  1. (bouwkunde) nis
  2. (biologie) niche
  3. (economie) nichemarkt
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: økologisk nisje
een (ecologische) niche