nieteling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nie·te·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van niet met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord nieteling nietelingen
verkleinwoord nietelingetje nietelingetjes

Zelfstandig naamwoord

nieteling [1]

  1. nietig persoon

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
28 % van de Vlamingen.

Verwijzingen