niet-inkomensafhankelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • niet-in·ko·mens·af·han·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen niet-inkomensafhankelijk
verbogen niet-inkomensafhankelijke
partitief niet-inkomensafhankelijks

Bijvoeglijk naamwoord

niet-inkomensafhankelijk

  1. waarvan de hoogte niet wordt beïnvloed door de opbrengsten die iemand uit bezit en werk heeft
Antoniemen

Gangbaarheid