nevenstaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ven·staand
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen nevenstaand
verbogen nevenstaande
partitief nevenstaands

Bijvoeglijk naamwoord

nevenstaand [1]

  1. naast iets staande
  2. hiernaast gedrukt of afgebeeld in een drukwerk
    • De vervoegingen van nevenstaand kunt u in de nevenstaande tabel lezen. 
    • Nevenstaande panoramabeelden tonen de zuidelijke sterrenhemel in vier gedaanten. De beelden werden gemaakt met camera’s die voor vier diverse soorten golflengten gevoelig zijn. [2] 
    • Van Almere-Haven tot Zuid-Laren; bijna elke zichzelf respecterende gemeente - behalve Amsterdam, waar ie dit keer na een paar jaar kwakkelen gewoon niet doorgaat - heeft tegenwoordig een kerstmarkt. Blijkt uit nevenstaand overzicht, dat vrijwel zeker onvolledig is.Want hoeveel het er precies zijn, daarvan heeft iedereen die het zou kùnnen weten, werkelijk geen enkel flauw idee. [3] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 01 MAART 2016
  3. Volkskrant JACOMIJN DE RAAD 9 december 1995