nevenschikking

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ven·schik·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nevenschikking nevenschikkingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nevenschikking v

  1. (taalkunde) een samenvoeging van twee gelijkwaardige zinnen tot een geheel
    • "Ik stond op en ik dronk koffie" is een voorbeeld van een nevenschikking. 
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie