neutraliteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neu·tra·li·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neutraliteit
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

neutraliteit v

  1. het neutraal zijn bijv. een onpartijdige houding aanhouden ten opzichte van twee partijen met een geschil
    • In de Tweede Wereldoorlog was Nederland zijn neutraliteit verloren. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie