neut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dorpelneut
Uitspraak
Woordafbreking
  • neut
enkelvoud meervoud
naamwoord neut neuten
verkleinwoord neutje neutjes

Zelfstandig naamwoord

neut v

  1. een glaasje sterke drank [1]
    • Hij had een paar neutjes op en toch klom hij achter het stuur. 
  2. (bouwkunde) een blokje van natuursteen of hout waarop een kozijnstijl rust
    • De houten neuten waren totaal verrot en zouden vervangen moeten worden. 
  3. (bouwkunde) uit een muur vooruitstekend deel waarop een balk kan rusten [2]
    • blokje of rol om het verschuiven van een samenstel van balken, ijzers of stukken hout te verhinderen  [3]
  4. (techniek) uitstekend deel, neusstuk
  5. klein (oud) vrouwtje [4] (zie ook lepeneut) [5]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders
66 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen