netwerken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • net·wer·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
netwerken
netwerkte
genetwerkt
zwak -t volledig

Werkwoord

netwerken

  1. het systematisch verzamelen en bewerken van contacten die van belang kunnen zijn bij het realiseren van voorafgestelde doelen
Antoniemen

Zelfstandig naamwoord

netwerken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord netwerk

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie