netstroom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • net·stroom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord netstroom
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

netstroom m [1]

  1. de elektrische stroom die uit het stopcontact komt
    • Binnen Europa gelden afspraken voor het hoogspanningsnet. Dat moet een gemiddelde frequentie hebben van 50 hertz. Kosovo en Servië, die al jarenlang met elkaar in conflict zijn, proberen elkaar nu onder druk te zetten door hun afgesproken portie stroom sinds half januari niet te leveren. Dat zorgt volgens TenneT voor „een piepkleine dip” in het net. Het blijkt dat veel huishoudelijke klokken op bijvoorbeeld ovens en wekkers die op netstroom werken daar gevoelig voor zijn en gaan achterlopen.[2] 
    • Als je met een notebook zware computertaken wilt uitvoeren, dan doe je er goed aan om netstroom te gebruiken. Het systeem presteert in dat geval namelijk beter omdat er meer energie beschikbaar is. De processor en grafische kaart schakelen bij gebruik van een batterij vaak automatisch terug naar een lagere kloksnelheid om de acculading te besparen.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen