netelroos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Netelroos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·tel·roos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord netelroos -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

netelroos v/m

  1. (medisch) een allergische irritatie van de huid
    • Hij had vreselijk last van netelroos. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie