netelroos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Netelroos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·tel·roos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord netelroos -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

netelroos v/m

  1. (medisch) een allergische irritatie van de huid
    • Hij had vreselijk last van netelroos. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be