neteldoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·tel·doek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neteldoek -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

neteldoek o

  1. (huishouden) losgeweven stof in effen binding, vroeger vervaardigd uit de bastvezels van sommige soorten netels (urtica dioica op Wikispecies), later van katoen en in dat geval hetzelfde als mousseline
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie