nete

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈneːtɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nete
noot
genaote
klasse 2 volledig

Werkwoord

nete

  1. bezitten