nesteldrift

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nes·tel·drift
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nesteldrift -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nesteldrift v / m

  1. (biologie) instinct bij dieren om een nest te maken
    • op die leeftijd kreeg zij plotseling last van krachtige nesteldrift 

Gangbaarheid