nervus
Uiterlijk

- ner·vus
- uit het Latijn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nervus | nervi |
| verkleinwoord |
de nervus m
- (anatomie) voor zenuw, een bundel van zenuwcellen die signalen door het lichaam transporteren, waardoor we kunnen voelen, zien, ruiken, horen en proeven, en die spieren aansturen
- Het woord nervus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.