nepte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nep·te

Werkwoord

vervoeging van
neppen

nepte

  1. enkelvoud verleden tijd van neppen
    • Ik nepte. 
    • Jij nepte. 
    • Hij, zij, het nepte.