nepotisme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·po·tis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nepotisme -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nepotisme o

  1. onrechtmatige begunstiging van verwanten of vriendjes bij het vergeven van posten
    Paus Johannes XXII bezondigde zich schaamteloos aan nepotisme, door schenkingen en kerkelijke ambten aan vrienden en verwanten toe te kennen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Catalaans

enkelvoud meervoud
nepotisme -

Zelfstandig naamwoord

nepotisme m

  1. nepotisme


Deens

Zelfstandig naamwoord

nepotisme

  1. nepotisme


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse nepotisme.

Zelfstandig naamwoord

nepotisme

  1. nepotisme


Maleis

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

nepotisme

  1. nepotisme