nep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nep
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nep nepper nepst
verbogen neppe neppere nepste
partitief neps neppers -

Bijvoeglijk naamwoord

nep

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) onecht, vals
    Wat heb je aan zo'n neppe vriend.
    Die diamant is nep.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord nep -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nep m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) bedrog, onechtheid
    De nep daarvan is toch overduidelijk!

Werkwoord

vervoeging van
neppen

nep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neppen
    Ik nep.
  2. gebiedende wijs van neppen
    Nep!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neppen
    Nep je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands


Bretons

Bijvoeglijk naamwoord

nep

  1. geen