neofiet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neo·fiet
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn
enkelvoud meervoud
naamwoord neofiet neofieten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

neofiet m

  1. nieuweling, beginneling
    • Seedorf, Surinamer die zich op eigen kracht heeft ontpolderd. Stedeling geworden bij Ajax, werelds in Milaan en Madrid. Dat is hem hier kwalijk genomen. Hang naar prestige is in de polder een visioen dat straf verdient. Nou, straf heeft hij gekregen. Als hij weer eens voor Oranje mocht spelen, viel een vijandige kilte genadeloos over de middenvelder. Hij kon niets goed doen. De meest cynische bondscoach ooit, Van Basten, had er plezier in de wereldvedette te raspen, als was hij een neofiet. [1] 
    • Trainers zijn hun voetballeven geen drie dagen zeker in Afrika. In Nederland soms ook niet altijd als je ziet hoe AZ traineert met de contractverlenging van John van den Brom. Een neofiet kun je even laten bungelen, maar geen vijftiger met een conduitestaat tot het grote Anderlecht toe. AZ maakt er meer een politieke dan sportieve surplace van. [2] 
    • De 68-jarige Drahos, hoogleraar scheikunde en politiek neofiet, is de uitdager van president Milos Zeman (73) in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen vrijdag en zaterdag. [3] 
  2. (religie) iemand die pas sinds kort bekeerd is
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • met de ijver van een neofiet
met het enthousiasme en de energie van een beginneling

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. NRC Hugo Camps 11 maart 2011 Dalai lama
  2. NRC Hugo Camps 3 februari 2017 Sport en politiek
  3. NRC Roeland Termote 26 januari 2018 Krijgt Tsjechië vriend van het Westen als president?
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be