negge

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neg·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord negge neggen
verkleinwoord neggetje neggetjes

Zelfstandig naamwoord

negge v/m

  1. een handpaardje, een klein paard
    Hij heeft een aardige negge.
Synoniemen