negge

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neg·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord negge neggen
verkleinwoord neggetje neggetjes

Zelfstandig naamwoord

negge v/m

  1. een handpaardje, een klein paard
    • Hij heeft een aardige negge. 
Synoniemen


Gangbaarheid

14 % van de Nederlanders;
7 % van de Vlamingen.

Meer informatie