nefroloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·fro·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nefroloog nefrologen
verkleinwoord nefroloogje nefroloogjes

Zelfstandig naamwoord

nefroloog m

  1. (beroep), (medisch) een specialist die de nefrologie beoefent, een arts die zich bezighoud met nieraandoeningen
    • Mijn neef is een nefroloog. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Meer informatie