nazorg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·zorg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nazorg nazorgen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nazorg v/m

  1. de aandacht die mensen krijgen nadat ze iets heftigs hebben meegemaakt
    • Ook na het winnen van de hoofdprijs van een loterij hebben sommige mensen nazorg nodig. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.