nazingen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·zin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nazingen
zong na
nagezongen
klasse 3 volledig

Werkwoord

nazingen

  1. overgankelijk een gehoorde gezongen frase imiteren
    • Hij trachtte het na te zingen, maar dat bleek niet eenvoudig. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.