nazie
Uiterlijk
- na·zie
| vervoeging van |
|---|
| nazien |
nazie
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nazien
- ... dat ik nazie.
- (in een bijzin) aanvoegende wijs van nazien
- ... dat men nazie.
- Het woord nazie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- IPA: /na.zi/
nazie
- vrouwelijk enkelvoud van nazi
nazie
- vrouwelijk enkelvoud van nazi
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Frans
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Frans