natuurgeweld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·tuur·ge·weld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord natuurgeweld
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

natuurgeweld o

  1. de vernietigende kracht van de natuur met name als het het leven van mensen bedreigt
    • Inmiddels zijn al meer dan 200 doden geborgen. 70.000 mensen zijn ontheemd als gevolg van het natuurgeweld. “Het dodental kan nog verder oplopen. Nu het weer wat beter wordt, krijgen we contact met door de storm afgesneden gebieden. Langzaamaan krijgen we nu een idee van de schade en het aantal vermisten daar”, aldus een regeringswoordvoerder.[1] 
    • Ik denk ook terug aan de ontreddering die ik zag op Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, waar natuurgeweld het leven van tienduizenden inwoners van ons Koninkrijk letterlijk overhoop had gegooid. En aan de moedige aanzetten tot wederopbouw.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia Bob van Huët 24-DECEMBER-2017
  2. Tubantia Robert Giebels uit de kersttoespraak van Koning Willem-Alexander 25 december 2017