natuurbehoud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·tuur·be·houd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord natuurbehoud -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

natuurbehoud o

  1. instandhouding van de natuur of bepaalde elementen daarvan in het bijzonder cultuur-historische of oorspronkelijke landschappen, bedreigde diersoorten en plantensoorten, biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen
Synoniemen


Meer informatie

Gangbaarheid