natrekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
natrekken
trok na
nagetrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

natrekken

  1. overgankelijk onderzoeken of iets werkelijk klopt
    • Zij hadden dat nagetrokken en gevonden dat hij inderdaad een goed alibi had. 
  2. overgankelijk overtrekken
    • Een tekening natrekken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.