nationalist
Uiterlijk
- Geluid: nationalist (hulp, bestand)
- IPA: / ˌna(t)ʃonaˈlɪst / (4 lettergrepen)
- na·ti·o·na·list
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nationalist | nationalisten |
| verkleinwoord | nationalistje | nationalistjes |
de nationalist m
- nationaal gezind persoon, aanhanger van het nationalisme
1.
|
- Het woord nationalist staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nationalist" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ist in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %