Naar inhoud springen

nationalisme

Uit WikiWoordenboek
  • na·ti·o·na·lis·me
enkelvoud meervoud
naamwoord nationalisme -
verkleinwoord - -

hetnationalismeo

  1. voorliefde voor het vaderlandse
  2. (politiek) politieke ideologie die stelt dat een staat als politieke eenheid zich moet richten op een specifiek volk als historisch bepaalde sociaal-culturele eenheid
    • Een gematigde vorm van nationalisme kan een land ten goede komen. Aan een meer fervent nationalisme kleven echter veel nadelen. Mensen hechten dan zo’n groot belang aan hun eigen staat of natie dat ze een agressieve oorlog ondersteunen, hun land of volk zwaar willen bewapenen, en de samenwerking met andere landen opzeggen. [2] 
    • "Poetins radicale Russische nationalisme wil de hele Oekraïense natie Russisch maken. Met weeskinderen zonder bescherming is dit het makkelijkst te bereiken."[3] 
    • De toenemende populariteit van het militarisme en het radicaal-nationalisme in Europa was de diepere reden voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  nationalisme     le nationalisme          

nationalisme m

  1. nationalisme
    «Une poussée de nationalisme.»
    Een golf van nationalisme.