nasjonalitet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·sjo·na·li·tet
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse woord natio (afkomst, geboorte)
Naar frequentie 41896
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nasjonalitet     nasjonaliteten     nasjonaliteter     nasjonalitetene  
genitief   nasjonalitets     nasjonalitetens     nasjonaliteters     nasjonalitetenes  

Zelfstandig naamwoord

nasjonalitet m

  1. nationaliteit
    «Han er av spansk nasjonalitet
    Hij is van Spaanse nationaliteit.
  2. natie, nationaliteit, volk
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • [2]: deltakere av mange nasjonaliteter
deelnemers van vele volkeren


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·sjo·na·li·tet
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse woord natio (afkomst, geboorte)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   nasjonalitet     nasjonaliteten     nasjonalitetar     nasjonalitetane  

Zelfstandig naamwoord

nasjonalitet m

  1. nationaliteit
    «Han er av tysk nasjonalitet
    Hij is van Duitse nationaliteit.
  2. natie, nationaliteit, volk
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • [2]: deltakarar av mange nasjonalitetar
deelnemers van vele volkeren