napraten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

napraten na de Wikimedia conferentie
Uitspraak
Woordafbreking
  • na·pra·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

napraten

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
napraten
praatte na
nagepraat
zwak -t volledig
  1. na een gebeurtenis even met elkaar praten over wat er gebeurd is en andere zaken
    • Na de vergadering was er gelegenheid voor gezellig napraten. 
  2. niet al te kritisch in navolging van een ander iets zeggen
    • Waumans oppert dat er niet zozeer méér woede is, maar dat deze vooral zichtbaarder is. „Ik ben ervan overtuigd dat op social media veel mensen elkaar napraten - de retweet is er niet voor niets - en dat het dan ideaal is om je te profileren in een duidelijke richting. Met een roman kan dat niet zo eenvoudig. Woede is niet charmant is voor een roman.” [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Toef Jaeger 23 december 2016