nappe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan Latijn mappa servet, (sinds de Middeleeuwen) (geografische) “map”, aangetroffen sinds de 12e eeuw. [1]

Zelfstandig naamwoord

nappe v

  1. tafelkleed
  2. lint
  3. (geologie) grondlaag, waterspiegel

Werkwoord

vervoeging van
napper

nappe

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van napper
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van napper
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van napper

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron nappe in: Dictionnaire de l’Académie française, 9e édition op dictionnaire-academie.fr